Dan is opeens de laatste vakantiedag in Engeland aangebroken. Wat vlogen de dagen voorbij. Maar we hebben nog een hele dag voor we in minder dan drie uur naar de Eurotunnel moeten rijden. Daar gaan we dus van genieten. Het weer is redelijk, beter dan de voorspellingen aangaven. Kunnen we mooi nog een tochtje lopen.
Ik loer al twee dagen naar de Antiques Market in Salisbury. Hij is dicht maar zou volgens de aangegeven openingstijden open moeten zijn. Zou dit de enige winkelier zijn die hier aan het feesten is geslagen? Precies kort voor we richting Folkestone moeten zie ik het luik omhoog gaan en zijn er zowaar drie eigenaren aanwezig. Het pand is drie verdiepingen hoog en iedere heer heeft zijn eigen etage maar verkopen behulpzaam ook elkaars eigendommen.
Helemaal boven zie ik hem. Een leeuw. Bart is dol op leeuwen en wilt al jaren een beeld van een leeuw. Nooit was het de juiste. Te klein of te groot, de pose niet goed, zijn ogen te open, te oosters, te dit en te dat. Maar ik zie de leeuw daar staan! Precies in de allerlaatste hoek van dit enorme pand. “Daar staat hij” zeg ik. Bart kijkt uit het veld geslagen naar de koning der dieren en ik onderhandel met de meneer van etage drie. Ik krijg de bedongen korting maar dan moet de betaling cash geschieden. De boekhouding moet kloppen.
We hebben verdorie net alle contanten uitgegeven. Tot de laatse pence opgemaakt. Dan maar racen naar een pinautomaat. We moeten wel wat tempo maken. Pas bij het postkantoor lukt het geld op te nemen en we stuiven terug naar de winkel. We hebben een leeuw. Eindelijk.
Met de trein ben je in een half uurtje weer in Frankrijk waar het opeens weer een uur later is. We hebben geen zin meer in nog een overnachting hier, ons eigen bed wacht. Drie uur later rijden we onze straat in. Het fijne van weggaan is dat je ook weer thuiskomt.
De leeuw staat op de schouw en lijkt zich hier thuis te voelen. Ik bekijk met ingehouden adem de post van de drukkerij. Het proefexemplaar van Dagboek van een triller. Ik leg het op tafel en staar er waarlijk lang naar. Het voelt onwerkelijk maar goed. Daar ligt het boek. Dat heb ik toch maar gedaan.
De regen klettert tegen de ruiten maar ik ben blij. Wat was Engeland mooi, we komen daar vast terug om nog veel meer te bekijken. Ik moet echt gaan slapen, Bart slaapt al uren. Maar ik schenk een glaasje rode wijn in. Nog heel even van mijn boek genieten en van alle mooie herinneringen aan de Cotswolds. Voorzichtig begin ik met mijmeren over de volgende reis..




