Vroeg uit de veren. Er zijn hier blijkbaar hanen die je kunt instellen. De eerste haan kraait al om vijf uur, de volgende om zes uur, nummer drie laat vrolijk om half zeven van zich horen en om acht uur klinkt het schorre gekukel van haan vier die zich verslapen heeft.
De voorspelling van de kapitein lijkt uit te gaan komen, de wind komt nog steeds uit het noorden. De kaart komt weer op tafel en de kapitein besluit dat we varen naar Yedi Adalar, een groep kleine eilanden.
Wij varen naar een prachtige eiland en leggen aan bij een hoog oprijzende oever. Met een steile loopplank kom je droog aan de overkant.
Bart en ik maken een looptocht van enkele uurtjes. Best fijn om even weer te kunnen lopen en we genieten van onze tocht. Er zijn geiten met lammetjes die ons verschrikt aankijken en er snel vandoor gaan. Twee landschildpadden stiefelen voor ons op het pad, we zien prachtige paarden, salamanders, sprinkhanen, drie ezels, een koe en een angstaanjagend blaffende hond. Daar wil ik niet in de buurt van komen en dat betekent een half uur omlopen. Prima hoor!
Het laatste stukje van de tocht heb ik last van de slijmbeursontsteking in mijn heup. Misschien ietsjes te ver gelopen. Terug bij de boot treffen we Hadi, een man die vlakbij de aanlegplek van de boot woont in een zelfgebouwd huis van zwerfhout met een dak van golfplaten. Hij deelt zijn stek samen met tientallen geiten. De liefde voor zijn dieren straalt van hem af. Het ontroerd me. Hadi noemt zichzelf liever Ali Baba. Het is me om het even. Ali Baba maakt heerlijke honing en bakt prima brood. Hij wijst verschillende kruiden aan, laat me zaden van een den proeven en zegt stralend dat ik nu niet verkouden wordt. Het smaakt ook nog prima.
We klimmen in zijn vrachtwagen, best een flinke opstap. Ali Baba helpt door iedere vrouw een flinke duw tegen haar achterwerk te geven. Hij komt ermee weg, onze nieuwe vriend. Soms is een duw niets anders dan een flinke zet.
Hij brengt ons naar de top van de berg waar we een zonsondergang aanschouwen die spectaculair mooi is.
Een van de bemanningsleden heeft ‘onze’ flessen wijn van de boot meegenomen en kartonnen bekertjes. Je kan op de boot namelijk flessen wijn bestellen. Op de fles schrijven ze je kamernummer. We hebben echter óók badlakens met nummers. Dat heeft hier en daar voor wat verwarring gezorgd omdat men het cijfer van een badlaken doorgaf. Nu melden we het netjes met alle cijfers. Fles rode wijn voor kamer 1, badlaken 5 (of zes). Omdat niet ieder bemanningslid van deze nieuwe logica op de hoogte is, is het een wat chaotische boekhouding geworden maar de wijn smaakt er niet minder om. Zeker niet als we die drinken op deze geweldige plek, zittend op kratjes van Ali Baba. We moeten de bekertjes wel goed vasthouden want er staat een flinke wind. Uit welk richting die komt weet ik niet.
Weer terug bij de boot wacht de kapitein met een BBQ. Ik loop nog even met Mariët en Annet naar Ali Baba om potten honing te kopen. ‘Kom je volgend jaar weer’ vraagt onze nieuwe vriend met woeste baard me. Ik kan het hem niet beloven maar laat het aan het lot over.
Op naar de BBQ. Ik draai me nog eenmaal om en zwaai naar Ali Baba. Ik ben ervan overtuigd dat die vriendelijke man daar in zijn hutje gelukkiger is dan menigeen in een dure villa in Nederland.
Moustafa, onze vrolijke kok heeft als verrassing een prachtige verjaardagstaart gebakken voor Annet, compleet met kaarsjes. Er zijn dagen die extra mooi zijn en dit is er een van.








Wat lief!
Goed van je om dit te doen. Onwijs respect voor jou en uiteraard je medereizigers. Groetjes Magda