Geen rij blij en vrij als een duif (18)

We verhuizen met onze tent vandaag naar het klein dorpje Sergines sur Yonne op ruim vijf uur rijden hiervandaan. Het ligt niet ver van de stad Sens en daar willen we graag even rondkjjken.

We doen ontzettend lang over het ontbijt, drinken nog koffie, maken een praatje met de buurjongens en dan toch inladen. We hebben het op deze kleine camping erg naar ons zin gehad en vertrekken niet graag. Maar de camping is helemaal volgeboekt en ze hebben ons al extra een dag laten staan. Tijd te gaan! We worden uitgebreid uitgewuifd.

Het is druk op de weg maar we hebben de tijd. Na ruim twee uur rijden wil de auto benzine en mijn blaas een toilet. Twintig kilometer verder kan dat maar wat is het druk! Voor de toiletten staat een rij van zeker veertig meter. Hij loopt door tot buiten de zaak, bij de vrouwen nog langer dan bij de mannen. Er zit weinig anders op dan aan te sluiten en een schietgebedje de lucht in sturen dat ik het ga redden.

De rij bij de mannen gaat sneller. Bart vertelt dat de mannenurinoirs vol zijn tot op enkele centimeters onder de rand. Ik vrees het ergste voor de rij wachtende mannen. Gelukkig valt de staat van het vrouwentoilet reuze mee

Gauw doorrijden.

Eind van de middag staat onze tent weer op een piepkleine camping zonder WiFi, winkeltje of broodjesservice. ‘De bakker is op zeven minuutjes lopen’ lispelt de uitbater van de camping enthousiast. Hij zou niet misstaan als figurant in een film over Woodstock.

We struinen door het werkelijk lieflijke dorpje Sergines wat 1080 inwoners heeft. De tijd stond hier stil. We vragen een vrouw naar de bakker en grappig genoeg ís het de bakker zelf. Morgenochtend om zeven uur heeft ze weer brood.

Het hoofdkussen van het luchtbed is van structuur veranderd. Het voelt niet langer fluweelzacht maar wat korrelig maar het gevaarte laat zich weer helemaal opblazen. We zijn trots op hem.

Het is laat, we zijn moe en willen slapen. De duiven zijn bepaald níet moe én in een amoureuze bui. Ze koeren en fladderen en de boomtakken zwiepen heen en weer. Wanneer ik wakker word koeren ze weer voluit. Misschien wel hun excuses voor de rommel op ons tentdak.

Geef een reactie