Vandaag staat er een telefonisch consult met de specialist in het ziekenhuis op de planning. Ik vind dat niets, op zo´n dag loop je continu met je telefoon in je hand omdat je niet weet hoe laat ze gaan bellen. En ze bellen altijd laat.
Eerst maar een wasje draaien, best nodig en er staat hier een wasmachine. Zoals ieder jaar ben ik het wasmiddel vergeten. Handwasmiddel heb ik wel maar dat schuimt vast de hele camping af. In het dorp is een kruidenierswinkeltje. Piepklein, maar het assortiment is niet breed. Er staat van praktisch alles maar één product in het rek, zo is er ook geen keuzestress over het merk, de verpakking, smaak of prijsklasse en is alles toch voorradig. In een lastig te bereiken hoekje zie ik een plank toiletartikelen, een plank toiletpapier en vrouwenproducten, een plank schoonmaakartikelen en op de grond staan nog wat flessen naast de flessen water. Twee flessen wasverzachter en daarachter staan nog twee witte flessen. ´Minder keuze zou in Nederland ook geen slecht idee zijn´ babbel ik tegen Bart. Hopla, niks moeilijk doen, fles pakken en wegwezen.
Terug op de camping bekijk ik het etiket eens goed. Verdorie, het is een enorme fles bleekwater. ´Eau de Javel´. Bart stelt voor terug te gaan maar daar heb ik geen zin in. Naast onze tent staat een stacaravan, tegenover ons de tweede en schuin daarachter nummer drie. De eigenaren ervan, Franse echtparen flink op leeftijd, die aan hun verblijven te zien hier elke zomer, al decennialang vertoeven. Het middelste stel, de caravan recht tegenover onze tent, brengt de dagen turend door vanuit hun tuinstoelen om de hele camping in de gaten te houden. ´s Avonds zitten ze regelmatig bij de buren. Ze blikken echt nors voor zich uit maar als goede buur zeg ik bonjour als ik ´s ochtends voorbij loop en zwaai naar ze als ik langsrijd. Ze reageren niet en kijken stoïcijns voor zich uit. Ik geef niet op. Ik blijf ze vrolijk goedemorgen-middag-avond wensen, blijf wuiven en glimlachen. Gisterenmiddag had ik voor het eerst een succesje. De man mompelde, tenminste… ik zag zijn mond het woord ‘bonjour’vormen. Vanmorgen vroeg was het zelfs hoorbaar én kreeg ik een vriendelijk kort hoofdknikje van de vrouw. Ik kwam juichend de tent binnen omdat ik dit soort dingen als een persoonlijke overwinning opvat.
Nu is er de twijfel … ga ik niet te snel… maar zij zijn onze buren op de camping en de kans dat iemand anders hier wasmiddel heeft is vrij klein, dus is waag ik het erop. Nu maar hopen dat ik al genoeg credit opgebouwd heb! Bij hun hek groet ik ze vriendelijk. De vrouw stapt op me af. Oei, wat ze kijkt nors. Ik leg uit dat ik zo dom was een fles bleekwater te kopen i.p.v. wasmiddel en vraag haar of ze mijn fles wil ruilen voor één scheutje wasmiddel. Ze perst haar lippen smal op elkaar, zegt ‘non’ en draait zich bruusk om. De man kijkt naar me maar zegt niets. Wel, ik hou van duidelijkheid en dat is het. Maar ik geef niet op. Recht voor hun tuintje marcheer ik naar de andere woning. Een oudere man komt aangestiefeld en weer leg ik het uit. Ik voel me met de minuut onnozeler. Hij antwoord dat zijn vrouw niet thuis is en zij doet de was, ze heeft er de kennis voor. Was, daar weet hij niets van maar hij heeft wél een oplossing voor me. ´Viens´, wenkt hij. Op naar buurvrouw drie, een gezellige vrouw die het onverwachte bezoek van buurman en ondergetekende wat leuk vindt. ´Hoeveel capsules heb je nodig, wat voor was?´ Hier spreekt de geroutineerde wasvrouw. Een klein bont wasje is alles wat ik ambieer. Ze vind het een oneerlijke ruil, zo’n grote fles voor één was tablet. Ik vind het een prima ruil. De oude man ook. ‘Net als vroeger, ruilhandel’ glundert hij. Eindelijk de was in de machine en draaien maar.
De oude man komt twee uur later waarschuwen dat de trommel al aan het centrifugeren is en mijn redster wuift vrolijk als ze langsloopt. `Laat je me weten als je witte was hebt? Kan altijd een scheutje bleek bij! Alleen mijn overburen zitten als standbeelden te loeren. Wat zouden ze van mijn nieuwe mooi felblauwe ondergoed vinden wat hangt te wapperen aan het lijntje? Aan het einde van de dag schrik ik, ik krijg zowaar een klein glimlachje. Morgenochtend rijden we verder. Ik denk zomaar dat er dan een grote glimlach op hun gezichten verschijnt.


klein beetje dom hoor haha