Het zit erop. We gaan weer naar huis. Eerst nemen we de trein naar New Castle en daarna de bus naar de ferry. We kunnen direct op de boot stappen. De hut is stukken groter dan de treincoupรฉe van de heenreis en heeft zelfs een toilet, douche, wastafel en een bankje.
We lopen op het bovendek naar de bar. De handdoekencommondo’s hebben ook hier al toegeslagen. Mensen claimen de stoelen en verdwijnen dan urenlang. Veel stoelen blijven lang leeg staan omdat er bij allemaal wel iets op ligt. Best sneu.
Het diner op de boot is geweldig en daarna wordt de avond omlijst met het optreden van een Bulgaarse zanger. Wat een heerlijke stem heeft die en we zingen regelmatig bekende nummers mee. Wanneer we nog even naar buiten gaan en naar de zee kijken zien we dolfijnen buitelen. Ze springen synchroon uit de golven alsof ze voor ons optreden. Een prachtig moment.
De volgende dag stappen we weer op Hollandse bodem. Wat is het hier heerlijk warm! Ik heb de wielen van mijn koffer royaal ingespoten met handzeep en dat werkt fantastisch. Geen piepje meer, de wielen draaien geluidloos rond. Bart daarentegen neemt al een keer of vier de stoepranden behoorlijk wild en de koffer is er de vijfde maal klaar mee. Een paar wielen รฉn een stuk van de bodem breekt af. Gelukkig valt er niets uit de koffer maar echt handig rijdt hij niet meer.
We nemen in Amsterdam de trein naar Delft. In de trein zit een groepje jongeren. Die spreken een idioot soort jongerentaal. Een linguรฏstische goulash van Nederlands met een hoop Engelse woorden die ze in een Nederlandse context gebruiken. Ik weet niet of ik erom kan lachen of dat ik er er heel verdrietig van ben. ‘Ja, joh, hebben ze me mooi geget’. ‘Echt knolledge joh, that,’s nice.’ ‘Ja, maar ik ben hier niet wakker voor, echt insane!’ ‘Dan bel je hem toch, die alles gaat fixen.’ ‘Yeah joh.’ De jongeren stappen uit en het is heerlijk stil.
Nu nog de bus naar huis. Barts koffer wordt nog beroerder. De andere wieltjes hebben weinig zin om ook het werk van hun weggegooide broeder te doen. Als we thuis zijn gaat de koffer direct naar grof vuil!
Zodra ik binnen ben zie ik de proefdruk van mijn nieuwe boek liggen. Een bijzonder moment, ik heb er lang naartoe gewerkt. De roos op de cover is precies zoals ik hem wilde. Mysterieus, een subtiele waas van glinsterende druppels ligt over de blaadjes heen, glanzend, op een donkerblauwe achtergrond. Al mijn boeken zijn blauw. Het moge duidelijk zijn dat ik van blauw hou. Dit weekend de proefdruk doornemen en dan kan het boek gedrukt worden!
Ik aai mijn boek, Bart en ik praten wat na over de vakantie. De reis is voorbij maar nog niet in ons hoofd. Onze vakantieherinneringen gaan als een caleidoscoop door elkaar. Whisky, tarten, kilt, doedelzakken, haggis, highlands, lochs, Nessie, keltisch erfgoed, bergen, de rope bridge, lieve mensen, spookverhalen, pubs, enzovoorts. Schotland zal nog vaak terugkomen in onze gesprekken. Maar nu eerst de koffers leeghalen en de wasmachine aanzetten. De koffer van Bart kan naar de vuilcontainer en mijn koffer zwijgt verstandig. Die hoopt vast op nog veel meer reizen!





