We varen vandaag terug naar Bodrum. Nog één dag op het zeilschip. In de haven is het beduidend warmer dan op het open water. Naast de boot zwemmen scholen visjes gezellig mee. We moeten lang wachten op een aanlegplek. De vaste aanlegplek van het schip is in gebruik en de kapitein is er knap chagrijnig over. Uiteindelijk is er een plekje vrij maar er zit ontzettend weinig ruimte tussen de boten. Om die boot daar aan te leggen zonder andere boten te raken moet je verdraaid goed kunnen varen. En onze kapitein kan dat.
We lopen net Bodrum in, richting het kasteel, als ik me wild schrik van het geluid van de nabijgelegen moskee. Er wordt opgeroepen tot het azan(gebed), dat kan tot vijf keer per dag. Voor ons klinkt het geluid bepaald niet prettig maar naast de moskee zie ik mannen vrolijk hun voeten wassen. Water en zeep staat al klaar.
Wij lopen de moskee voorbij en komen bij het kasteel waar gerepeteerd wordt door schoolkinderen voor een optreden. Dit klinkt heel vrolijk al heb ik geen idee waar het over gaat.
Overal zie je vlaggen met afbeeldingen van Atatürk, de eerste president van Turkije die nog steeds erg geliefd is. Hij was op school zó goed in wiskunde dat de leraar hem Kemal (de perfecte) noemde. Mijn wiskundeleraar heeft mij nooit met een vergelijkbare bijnaam hoeven te verrassen.
Is Erdogan jaloers op het enthousiasme voor Atatürk? Geen idee maar ik weet wel dat je een hoop kan afdwingen maar niet hoe populair je bent.
We slenteren over de Bazaar waar enorm veel groente en fruit te koop is. We zien groene vruchtjes die lijken op Granny Smith appeltjes maar de afmeting hebben van cherry tomaatjes. Er zit een pit in en ze smaken fris en zuur. Ik vind ze lekker.
Ik spot een heel leuk overhemd voor Bart, wit met zacht oranje, weer eens wat anders. Helaas heben ze zijn maat niet. Ik speur vervolgens in ieder winkeltje naar hetzelfde overhemd om het alsnog te bemachtigen. Eén winkelier zegt dat hij het vast heeft, hij verkoopt wel een miljoen overhemden. Ik daag hem uit het te bewijzen en omschrijf het overhemd. Hij komt aandraven met een overhemd in veel feller oranje met wat kleine witte accentjes. Ik aarzel. Dan houdt hij het shirt bij het flink verkleurde rode hoofd van Bart en zegt: waarom zou je dit overhemd willen kopen? De kleur staat hem absoluut niet! Ik gier het uit, Barts gezicht gaat richting paars en we zien af van fel oranje. Geweldige verkoper. Ik zou bij hem vaste klant zijn als ik hier zou wonen.
Uiteindelijk vind ik het overhemd waarnaar we zochten alsnog maar een stuk duurder. Ik ben niet van plan meer te betalen dan wat zijn collega ervoor vroeg en het onderhandelen begint. We komen steeds meer in mijn richting. De verkoper is helemaal niet aardig, bot zelfs. Dat versterkt mijn vastberadenheid. De narrige verkoper wil het verschil overbruggen met gratis sokken erbij. Steeds meer sokken! Ik wil geen sokken, ik wil het overhemd tegen mijn prijs. Mokkend gaat hij akkoord, hij kan niet tegen zijn verlies.
Even later zie ik nog een leuk overhemd voor Bart, felblauw, in een piepklein winkeltje. De eigenaresse is heel lief en enorm vriendelijk. Ik heb geen zin bij haar af te dingen en betaal subiet het gevraagde bedrag.
Genoeg gewinkeld. Op naar een terras! Ik zit daar ontspannen om me heen te kijken als ik wederom me wild schrik van het enorm jammerende geluid vanuit de moskee. De moskee zal zo vast vol zitten maar hier op het terras blijft iedereen zitten.
Terug op het schip tel ik me suf aan bankbiljetten om de bemanning een welverdiende fooi te geven. Een bedrag dat ze mogen verdelen onder hun vijven. Ik tel tienduizenden lira’s, 1 lira is slechts 0,028 Euro. Allemaal kleine coupures want de reisgidsen zeiden dat dat handig was. Ik gooi er nog wat euro’s bij en overhandig het aan de kapitein voor de hele crew. Je kan dat niet subtiel doen want je loopt met een enorme stapel biljetten. Nu kan eindelijk mijn portemonnee weer dicht.
De kapitein blikt gelukkig weer opgewekt. De wind was deze week niet gunstig. Steevast verkeerde richting, te hard, te zacht waardoor hij teveel diesel gebruikte. We borrelen en krijgen hapjes die deels door zijn vrouw zijn meegegeven. Zij heeft ook heerlijke honing met mandarijnen gemaakt.
Het laatste diner aan boord. Wat ga ik die vrolijke kok Moustafa missen. Hij rende en draafde om het ons naar de zin te maken. Toen het zeewater koud aanvoelde stond hij met zijn waterkoker heet water in de zee te gieten voor ons. Geweldige man!




Dat is geweldig!!
weer een SUPER leuk verslag van jullie reis, ik heb er bijna net zo veel van genoten als jullie zelf!
Hola amigos,
weer prachtige herinneringen gemaakt. En wat is het er prachtig. Ik ken Bodrum en nog een paar plekjes. De natuur nog zo mooi.
wat kun je toch mooi verwoorden, ik zag je in gedachten staan bij de verkoper van het overhemd om af te dingen. Groetjes van Magda
leuk verslag! Ria